uw NT2-docent, voor al uw feesten en partijen

Op Cyprus wordt er met Pasen een mens verbrand. “Echt?” “-yes, really! Nouja niet really, but ja, echt!” In Hongarije gooien de jongens water over de meisjes, en dan krijgen de jongens cadeaus. Dat is in Polen ook zo, vertelt een andere cursist, alleen krijgen daar de jongens geen cadeaus.
Dat snap ik, ik zou ook geen cadeau geven aan een ettertje dat water over mij heen gooit.

Ik leer net zo veel van mijn cursisten als zij van mij. Misschien zelfs meer. Ik bied hen de Nederlandse taal en cultuur. Zij bieden mij de wereld.

“Mijn neefje was zaterdag jarig, hij werd tien,” vertel ik, “we aten taart en ik gaf hem een cadeau, een boek”. Als trotse tante vertel ik natuurlijk maar wat graag dat hij al in Harry Potter deel vijf bezig is. Mijn cursisten luisteren, stellen vragen. Want hoe doen wij dat nou eigenlijk in Nederland, feestjes vieren. En wat vieren we?

Ik kom altijd weg met ons vreemdste feest: Sinterklaas. Dat heeft ongetwijfeld te maken met mijn onvoorwaardelijke liefde voor de Sint. Ik kan dit feest niet anders dan liefdevol overdragen.
Vragen over waarom Piet zwart is, krijg ik zelden. Wel over waarom Sinterklaas uit Spanje komt (“but isn’t he from Turkey?”), en waarom met een stoomboot en wat doet dat paard op dat dak?

Ik draai mijn hand niet om voor een uitleg over koningsdag en leg in één adem vier en vijf mei uit. “En dat is allemaal hun schuld!” zeg ik, terwijl ik wijs naar een Duitse cursist, die vervolgens een half uur in een deuk ligt.

Ik vertel over taart, oliebollen, oranje bitter, haring happen, pepernoten en beschuit-met-muisjes.

Maar wat was dat ook al weer met Prinsjesdag?
Ik vertel iets over een begroting, een nieuw parlementair jaar en over hoedjes, een gouden koets, paarden en de koning. Ik stamel en struikel over een koffertje een derde dinsdag in september.
Ik krijg vragen die ik niet kan beantwoorden, blikken die ik niet kan geruststellen.

“Dus als ik het goed begrijp,” vat een cursist het samen, “is het slecht nieuws, er is geen geld en we gaan bezuinigen.” Ik knik. “En als afleiding zijn er dan paarden, hoeden en een gouden koets?” Ik knik.
“Okay, I get it,” zegt ze.
Nu ik nog.

uw NT2-docent, voor al uw feesten en partijen
Getagd op: