Irina

Tegenover mij zit Irina. Irina is een Roemeense van begin veertig, inmiddels een paar jaar in Nederland, maar de belofte van een nieuwe start, de gouden bergen en het geluk voor haar en haar kinderen laat nog op zich wachten. Ook in het beloofde land is ze aan het overleven.

We spreken Nederlands, doorspekt met Engels, Duits en veel handen en voeten. In de paar minuten dat we elkaar kennen is duidelijk dat wij elkaar tof vinden. Het lijkt op herkenning, maar veel meer dan onze leeftijd hebben we niet gemeen.
Ik vraag Irina naar haar dromen. “Eerst beter Nederlands leren”, dat komt goed uit, anders zat ze niet tegenover mij. “En dan weer naar school.” Ik kijk op, ik houd van mensen die onverwachte keuzes maken, nieuwe dingen willen leren en niet bang zijn om iets nieuws te beginnen.

“Ik wil beveiliger worden,” zegt ze en haar ogen beginnen te stralen, “ik houd van uniformen.”
Ik lach. Hiërarchisch ongevoelig als ik ben, heeft een uniform op mij meestal een averechts effect. De vrouw tegenover mij heeft een oprechte liefde voor uniformiteit.

“Ik kom uit een communistisch gezin,” legt ze uit. Irina vertelt hoe goed het leven vroeger was, toen Roemenië nog een communistisch land was. Iedereen was gelijk, iedereen ging naar school, iedereen had werk. Alles was geregeld en geordend. Het leven was goed onder Ceaușescu. Na zijn dood, ‘móórd’ benadrukt ze, is de chaos ontstaan. Mensen gaan niet meer naar school, ze werken niet meer. Roemenië is een land van puinhopen en chaos geworden. Zoals elk land na een omwenteling. Daar wil Irina niets van weten. Het was goed, waarom zou je veranderen wat goed is?

Ik zit tegenover haar, met al mijn Westerse vrijheidsidealen. Ik snap het, zeg ik. Ik begrijp er niets van, maar ik snap het. Het verwondert mij hoe iemand oprecht een leven van onderdrukking kan prefereren boven de vrijheid.
Al ben ik blij dat ik in een land als Nederland geboren ben, ik besef dat ik ook maar ben opgegroeid met het dogma van de vrijheidsverheerlijking. Irina brengt me in vertwijfeling. Hoe makkelijk ga ik ervan uit dat er maar een waarheid is.
We kijken elkaar aan, herkennen het niet-herkennen en verruimen ons blikveld.

“Dag Irina, ik vond het fijn je ontmoet te hebben,” zeg ik. “Ik ook,” zegt ze, ze ontwijkt mijn uitgestoken hand en geeft me een knuffel.

Irina
Getagd op:        

Eén gedachte over “Irina

  • 22 februari 2014 om 19:01
    Permalink

    Ik heb dit ook van mijn Poolse studenten gehoord “onder het communisme was alles beter,minder chaos”.

Reacties zijn gesloten.