Verkiezingen in mijn inburgeringsklas

28 partijen.
Het duurde even voor dat echt tot hen doordrong.
28 partijen. In Syrië mag je ‘ja’ of ‘nee’ stemmen, en wat je ook stemt, de uitslag is altijd ‘ja’.
“Maar dat is nu, onder Assad,” zeg ik, “Hoe was dat vroeger in Syrië?”
Toen was er ook Assad, zijn vader, en daarvoor, zijn opa. Het is altijd Assad.

We lezen de verkiezingskrant in gewone taal, mijn cursisten herkennen een aantal politici; onze huidige minister-president Mark Rutte en de leider van de PVV, Geert Wilders.
“Mark Rutte is goed”, vindt Raed, want die gaat ten minste gewoon op de fiets naar zijn werk.
Waarom de partij van Geert Wilders de Partij voor de Vrijheid heet, snapt niemand, hij wil immers minder vrijheid.
“Als hij de baas wordt, kan hij dan de moskees sluiten?” vraagt Khuloud bezorgd.

“Maar één vrouw!” roept Inaam verbaasd. Inderdaad, in de verkiezingskrant staan de lijsttrekkers van de belangrijkste partijen en daar staat alleen Marianne Thieme afgebeeld.
Zo geëmancipeerd blijkt de Nederlandse politiek dus ook niet. Ik probeer gerust te stellen dat er op de tweede en volgende plaatsen wel vaak vrouwen staan, maar heel geloofwaardig vind ik mijzelf ook niet.

“Maar het is wel goed”, besluit Mahmoud, “over vijf jaar vraag ik mijn Nederlandse paspoort aan, en dan richt ik een partij op.”
“- Een partij, speciaal voor Syriërs?”
“Nee, een partij voor iedereen!” besluit hij de les.

Als huiswerk gaan ze de verkiezingskrant nog eens goed doornemen en een goede vraag verzinnen over de Nederlandse politiek.
Dan heb ik tijd om mijn kamergotchi weer te voeren.
Uit mijn ei kwam die andere vrouwelijke lijsttrekker, Sylvana.
Ik geef haar snel een snackje.

Verkiezingen in mijn inburgeringsklas
Getagd op: