Parkserenades

Fluisterend slopen ze tussen tuin en struiken. Ze stootten elkaar aan. “Daar?” Ze hielden stil bij een bankje in het park achter ons huis. “Daar” wezen ze naar de buren aan de andere kant van het park. “- ja, daar wonen ze.”

Het was een bankje in het park. een bankje waarop jongeren zitten te blowen en moeders kijken hoe hun kinderen spelen.
Ze pakten instrumenten uit tassen en koffers. Een blik, een moment van starten en het bankje werd een podium.

Lang zal ze leven in de gloria. Er verschenen buren op balkons. De overburen, er hingen slingers. Daar leefde iemand in de gloria!
Ze applaudiseerden. Wij ook. Het driekoppige orkest ging door. “Er is er een jarig hoera, hoera.” Het was tergend vals.

Vals en zo oprecht. Sociale afstand veranderde in fysieke afstand en kwam dichterbij dan ooit.

Het derde nummer werd ingezet, nog valser. Ik klapte nog harder.

Parkserenades