‘Heb je voetbal gekeken?’ vraagt A. Het is nog vroeg. Ik schrijf het programma van de dag op het bord en A. zet koffie. Arabische koffie, van die koffie waarvan je aan een kopje genoeg hebt voor de hele dag.
“Duh’ antwoord ik, want op B1 niveau moet je ook dat soort woorden kennen, vind ik. We bespreken wat wedstrijden, gokken dat Oranje tenminste de finale haalt en verwonderen ons welke landen er mee doen. Ik beken fan te zijn van Curaçao. Ik houd nu eenmaal meer van Davids dan van Goliaths. A. knikt, hij is zelf ook onder de indruk van een land dat voor het eerst aan het WK meedoet, namelijk Groen Hoofd. Hij moet het een paar keer voor mij herhalen, niet dat ik het niet versta, maar ik kan het land niet plaatsen. ‘Groenland?’ probeer ik tevergeefs.
‘Nee,’ zegt A. resoluut. Het is Groen Hoofd. In het Arabisch betekent het Groen Hoofd.’
In mijn hoofd ga ik landnamen langs die anders vertaald worden. Waarom noemen wij Marokko zo, terwijl het in alle Arabische landen aangeduid wordt met Magreb of al-Maghrib. Nederland wordt vaak vertaald met Holland, want geografisch toch niet helemaal klopt. Ik heb lang gedacht dat Suwayda Arabisch was voor Zweden, tot ik erachter kwam dat het een Syrische stad is.
Het lokaal druppelt vol. Meer mensen rond de koffieplek en meer verhalen over het weer. Over de treinen die vertraging hadden en over de kinderen. Dan staat A. met zijn telefoon in zijn hand. “Kaap Verdië!” roept hij. Opgelucht.
Groene Kaap, Groen Hoofd.
